• Benoordenhoutseweg 23
  • 2596 BA Den Haag
  • 06 22 77 06 16

Fondsperformance

Het fonds boekte over de maand november 2014 een beleggingsresultaat van 2,97 %. Het rendement over 2014 bedraagt 8,65 % (inclusief ingehouden dividendbelasting). Vanaf oprichting (mei 2008) boekte het fonds een cumulatief rendement van 105,52 % (eveneens inclusief ingehouden dividendbelasting).

Het gemiddeld rendement per jaar bedraagt 16,03 %.

Marktontwikkelingen afgelopen maand.

De Europese aandelenmarkten hebben de vorige maand opgelopen verliezen meer dan goedgemaakt. De Nederlandse aandelenmarkt deed het bovengemiddeld goed met een stijging van 4,40 % voor onze benchmark. Op jaarbasis staan alle belangrijke Europese aandelenindices inmiddels rond de 4 % in de plus. Alleen de Engelse aandelenmarkt is met een gering verlies een uitzondering. De Engelse aandelenmarkt kent nogal wat bedrijven die actief zijn in de energie- en mijnbouwsector. Beiden worden momenteel gedrukt door –tijdelijk?- dalende grondstofprijzen.

Alle aandacht ging deze maand uit naar de zeer fors dalende olieprijs. Goed voor de consument maar slecht voor de bedrijven in deze sector. Je kan spreken van een ware slachting in de oliesector. In Nederland hebben we natuurlijk Fugro en in mindere mate SBM gehad maar bijvoorbeeld een tweetal leidende bedrijven in de exploitatie van boorplatforms (Transocean en Seadrill) zagen hun aandelenkoers met 50 tot 70 % dalen in 4 maanden tijd!

U kunt zich vast nog wel herinneren dat nog maar kort geleden door tal van experts werd gesproken over “peak oil”, daarmee aangevende dat rond 2012-2015 de wereldwijde olieproductie een piek zou bereiken en dat daarna het aanbod structureel zou afnemen. Met als consequentie een stijgende olieprijs tot wel $ 200 per vat. Welnu, we zitten bijna in 2015 en er is blijkbaar sprake van meer dan voldoende aanbod van olie en de prijs is in 4 maanden tijd gezakt van ca. $ 100 naar $ 65 per vat. En nu roepen velen in koor dat het nog makkelijk richting de $ 50 kan. Ik pretendeer bepaald geen expert te zijn maar wat ik wel uit allerlei publicaties begrijp is dat recent ontwikkelde oliewinningsprojecten (schalieolie en diepzee) één gemeenschappelijke noemer hebben en dat is een kostprijs van ca. $ 50 en hoger. Bij verder dalende prijzen zal er dan fiks wat productie worden stilgelegd. De combinatie van dalende olieprijs en een gematigd groeiende wereldeconomie zal resulteren in extra vraag. Mijn inschatting is derhalve dat het niet waarschijnlijk is dat lage olieprijzen een jarenlang fenomeen zullen zijn. Dat betekent dat er beleggingskansen in deze sector zullen opdoemen.

Olie- en mijnbouwbedrijven deden het dus slecht deze maand, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door stijgende koersen bij andere sectoren. Een helpende hand kwam wederom van het rentefront. Je zou zeggen dat het niet verder kan maar inderdaad, nul is de bodem. De rente op Nederlandse 10 jarige obligaties daalde verder tot het ongekend lage niveau van 0,80 %. Maar ook de rente op 10 jarige Franse staatsleningen daalde tot onder de 1 %. En dat voor een land met een overheidsschuld van 100 % van het BBP, een structureel (al zo’n 40 jaar in successie) begrotingstekort van thans ca. 5 % , een overheid die 57 % uitmaakt van het BBP, zo’n beetje de hoogste belastingdruk kent in Europa, waar 20 % van de beroepsbevolking ambtenaar is, een vergrijzende bevolking en waar elke hervorming succesvol door vakbonden wordt tegengehouden...

Portefeuilleontwikkeling en mutaties.

Onze portefeuille heeft nogal wat belangen in de olie- en mijnbouwsector, en dat kostte deze maand punten. De daling van Shell viel met zo’n 5 % alleszins mee maar Statoil en Gazprom verloren respectievelijk 12 en 15 % aan waarde. Alle drie deze ondernemingen hebben een sterke financiële positie, en dat impliceert in mijn optiek dat het dividend niet in gevaar is. Alle drie kennen een zeer aantrekkelijk dividendrendement van meer dan 5 %. De wellicht tijdelijke dip in de olieprijs is onvoldoende reden om deze belangen te verkopen. Het fonds verkocht deze maand haar belang in Binckbank. De ontwikkelingen bij de vermogensbeheer tak (Alex) zijn zorgelijk. Alex is de grootste winstbron van Binckbank. Het perspectief voor Binck is daarmee aanzienlijk verslechtert.

Het belang in Gemalto werd nog licht uitgebreid. De koers van Gemalto herstelde zich deze maand en het verlies op deze positie is inmiddels ingelopen. Bij het bereiken van de 420 puntenstand op de AEX heeft het fonds wat kortlopende call- opties (expiratie in december) op de AEX verkocht met de portefeuille als onderliggende dekking. Het aantal uitstaande calls vertegenwoordigt ca. 25 % van de portefeuille. Met de verkoop van AirFrance/KLM is er weer wat ruimte in de portefeuille voor een nieuwe turnaround kandidaat. Een turnaround kandidaat betekent een bovengemiddeld hoog risico dus blijft de investering beperkt tot maximaal 2 % van het fondsvermogen. Het oog is gevallen op de combinatie Portugal-telecom en haar Braziliaanse moeder Oi. De Braziliaanse telecommarkt staat aan de vooravond van vergaande consolidatie. Oi zal daarin geen leidende rol kunnen spelen en verkoop van bedrijfsonderdelen c.q. overname door een grotere partij lijkt het meest aannemelijke scenario. Inmiddels hebben zich al kopers gemeld voor de Portugese telecomtak. Telecom Italia heeft interesse uitgesproken voor het Braziliaanse onderdeel. Vooralsnog is de investering in de combinatie Portugaltelecom/Oi beperkt tot ca. 1 % van het fondsvermogen.

In de verslagmaand expireerden enkele synthetische beleggingen (geschreven puts) en de ontvangen premie kon als winst worden bijgeschreven. De daarmee vrijkomende liquide middelen zijn nog niet herbelegd.

Per de ultimo van de verslagmaand is het fonds voor ca. 94 % belegd.

Download het volledige maandbericht van november 2014 (PDF)